Het komt geregeld voor dat er vanuit school uitstapjes en excursies georganiseerd worden. Het vervoer van de kinderen gaat vaak per bus of in auto’s van ouders. Ouders en scholen willen dan graag weten hoe het zit met de wettelijke en veiligheidsafspraken voor het vervoer van kinderen. Hieronder volgen antwoorden op de meest voorkomende vragen.

Hoeveel kinderen mogen mee in een personenauto?

  • De wegenverkeerswet (WVW) hanteert geen getalsmatige norm. Basisregel is echter dat de verkeersveiligheid niet in gevaar gebracht mag worden.
  • Een veilig uitgangspunt is daarom: vervoer niet meer kinderen dan er zitplaatsen zijn. Nog veiliger is: vervoer niet meer kinderen dan er autogordels zijn.

Hoe zit het met de autogordels?

  • Personenauto’s die na 31 december 1989 in gebruik zijn genomen, moeten voorzien zijn van autogordels voor alle naar voren gerichte zitplaatsen.

Waar mogen de kinderen zitten?

  • Kinderen jonger dan 12 jaar en kleiner dan 150 cm mogen alleen voorin de auto in een goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel (kinderzitje, zittingverhoger).
  • Kinderen jonger dan 12 jaar maar groter dan 150 cm, mogen voorin in de gordel.
  • Kinderen vanaf 3 jaar, achterin de auto, moeten bij het ontbreken van een apart beveiligingsmiddel de voor hen bestemde en aanwezige gordels gebruiken. Ze mogen achterin de auto de driepuntsgordels als heupgordel gebruiken.

Hoeveel kinderen mogen er meegenomen worden in een bus?

  • Hoeveel zitplaatsen een bus telt, staat op het keuringsbewijs, dat in de bus aanwezig is. Het aantal te vervoeren personen is gekoppeld aan het aantal zitplaatsen.
  • Volgens de wet nemen twee op dezelfde stoel of bank geplaatste kinderen beneden de 10 jaar één zitplaats in. Het is echter veel veiliger om niet meer kinderen in de bus te vervoeren dan het aantal aanwezige zitplaatsen voor volwassenen. (Als er meer kinderen op een zitplaats zitten, kan dit leiden tot onrustig gedrag. Als er plotseling geremd wordt, zullen ze ook sneller van hun zitplaats vallen.)