De BHV-Snelgids hoort in de kast van elke BHV-er! Binnen de meeste gebouwen zijn altijd BHV-ers en / of EHBO-ers aanwezig om snel hulp te bieden. Verbandtrommmels liggen binnen handbereik, de brandblussers hangen in het zicht voor het geval er een brandje uitbreekt en alles staat keurig opgeschreven in het Bedrijfsnoodplan. Maar wat als er écht iets gebeurt en de BHV-er is vergeten wat ‘ie ook al weer moet doen?

Het is zorgwekkend om te zien hoeveel BHV- en EHBO-cursisten dingen zijn vergeten als ze op de herhalingstraining komen. Je kunt ze dat niet kwalijk nemen, want hoe vaak krijgen ze de kans om het geleerde in praktijk te brengen? Het lesboek is niet meer van de plank gekomen of ligt ergens vergeten in een la… De BHV-Snelgids nodigt uit om het geheugen op te frissen.

Is het verplicht een defibrillator op het werk te hebben? Nee, een defibrillator is niet wettelijk verplicht. Het wordt overigens wel sterk aanbevolen in het kader van bedrijfshulpverlening, omdat het levens kan redden, ook al wordt er gemiddeld maar eens in de tien jaar gebruik van gemaakt. In dat opzicht kun je een defibrillator vergelijken met een koolmonoxidemelder of een rookmelder.

Inhoud van de verbandtrommel nog houdbaar?

Is de inhoud van uw verbandtrommel nog houdbaar? Verbandtrommels bevatten spullen die beperkt houdbaar zijn. Het is raadzaam om de inhoud van uw trommels tenminste één keer per jaar te controleren. Verbandmiddelen zijn voorzien van een houdbaarheidsdatum: een waarborg om de steriliteit te garanderen. Ook moet u de trommel regelmatig aanvullen, zodat deze compleet blijft.

Het kan handig zijn een reserve verbandtrommel te bewaren. Zorg ervoor dat deze altijd compleet en inzetbaar is. Als u de reguliere verbandtrommel gebruikt om bijvoorbeeld een klein wondje te verbinden, dan kunt u daarna de trommels omwisselen. Het wisselexemplaar komt nu op de normale plaats te staan en de aangebroken trommel kunt u aanvullen. Op deze manier blijft uw verbandtrommel altijd compleet.

Onderhoud van brandblusmiddelen

De brandverzekering schrijft voor dat brandblusmiddelen tenminste éénmaal per jaar een inspectie moeten ondergaan. Eén keer in de vijf jaar moet er uitgebreid onderhoud plaats vinden, waarbij zonodig de vullingen worden vervangen. Na tien jaar moet de blusser compleet worden gereviseerd. Dit houdt in dat de blusser wordt gedemonteerd, en waar nodig worden onderdelen vervangen. Na twintig jaar moet de blusser worden vervangen door een nieuw exemplaar.

De rubberen slangen van slanghaspels moeten ook in de gaten worden gehouden. Deze kunnen na verloop van tijd hard worden. U voorkomt dit door de slangen een aantal malen per jaar te spoelen. Rol de slang helemaal uit, zet de kraan open en spoel ongeveer vijf minuten. U kunt zo meteen vaststellen of de afsluiters en kranen nog goed werken.

Bepaal uw hoeveelheid BHV’ers

Hoeveel BHV’ers er op uw bedrijf nodig zijn is sinds de nieuwe Arbowet een kwestie van maatwerk. Zonder duidelijke regels is het vaak lastig om deze hoeveelheid te bepalen. Een handige manier om een goede schatting te maken is het schetsen van een noodscenario. Hierin kunt u uitwerken wat er moet gebeuren bij een brand die door de BHV’ers zelf geblust kan worden of waarbij de inzet van de brandweer nodig is; een ongeval waarbij iemand naar het ziekenhuis moet worden gebracht, of een ontruiming van een gebouw.

Per scenario bekijkt u vervolgens hoe de interne en externe alarmeringsprocedure werkt, hoeveel BHV’ers paraat moeten zijn om tot een adequate BHV-inzet te komen, hoe de veiligheidsrisico’s van de BHV’ers kunnen worden beperkt enzovoort.

Bereikbaarheid 112

Veel bedrijven beschikken over een intern alarmnummer. Bij incidenten binnen het bedrijf kunt u het beste dit nummer bellen: de BHV-organisatie treedt dan direct in werking. Heeft uw bedrijf geen intern alarmnummer, dan belt u het alarmnummer 112. Dit nummer is in 1997 ingevoerd en werkt in heel Europa. De Telecommunicatiewet stelt strenge eisen aan de bereikbaarheid van 112. Het nummer is zelfs bereikbaar wanneer u geen beltegoed op uw mobiele telefoon heeft, als er geen SIM-kaart is geplaatst of wanneer uw toetsblokkering staat ingeschakeld.

Het kan ook voorkomen dat door een netwerkprobleem of een rammelende SIM-kaart de tekst ‘Noodoproep’ op uw GSM-scherm verschijnt. Drukt u nu op de beltoets, dan belt u 112.

Onderhoud van communicatiemiddelen

In geval van nood moet er altijd een portofoon met een volle accu paraat zijn. Test dus regelmatig uw communicatiemiddelen en zorg voor volle accu’s. Het type accu is van groot belang voor de manier van onderhoud. Een klassieke oplaadbare Nikkel-Cadmium (NiCd) accu kan slecht tegen voortdurend opladen, zonder dat deze eerst is leeg gebruikt. Het is dus erg slecht voor de accu wanneer een portofoon na een oefening direct in het laadrek wordt teruggezet. Een uitzondering is een ‘intelligente’ lader die de cellen eerst ontlaadt. De iets duurdere Nikkel-metaalhydride (NiMH) accu’s zijn beter bestand tegen tussentijds opladen en hebben hierdoor een langere levensduur. Lithium-ion (Li-ion) accu’s hebben een hoge capaciteit, maar zijn na drie tot vier jaar uitgeput, ongeacht het gebruik. Een maandelijkse check van de capaciteit – de tijdsduur dat een accu het apparaat kan voeden –  is dus geen overbodige luxe.

Veiligheidsketen

Iedere werkgever is verantwoordelijk voor een goede invulling van de BHV-taken. Een handig instrument om te zien waar een BHV’er zich op moet voorbereiden is de veiligheidsketen. Deze keten bestaat uit 5 stappen: Pro-actie, Preventie, Preparatie, Repressie en Nazorg. Die stappen zijn nodig voor een doelmatige aanpak van het voorkomen, beperken en bestrijden van calamiteiten.

  • Pro-actie – De werkgever zorgt ervoor dat de gevaren en risico’s zoveel mogelijk bij de bron worden aangepakt. Het gaat hierbij vooral om het voorkomen van onveilige situaties. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van brandvertragende materialen.
  • Preventie – Het treffen van doeltreffende maatregelen om gevaar te voorkomen en risico’s te elimineren.
  • Preparatie – Het voorbereiden van het optreden tijdens calamiteiten door middel van oefening en scholing (zoals een ontruimingsoefening en een BHV-cursus).
  • Repressie – Het beperken en bestrijden van de gevolgen van ongevallen, in de vorm van eerste hulp, brandbestrijding en ontruiming.
  • Nazorg – Ervoor zorgen dat de normale situatie weer terugkeert. Hierbij hoort onder meer opvang en begeleiding van slachtoffers en juridisch onderzoek.